Melding 10 - Late zwangerschapsafbreking categorie 1

Feiten en omstandigheden

Diagnose en prognose
Onderzoek wees uit dat er bij het kind sprake was van trisomie 18. Bij trisomie 18 heeft iedere cel drie in plaats van twee chromosomen 18. De prognose is infaust. Het is een ernstige chromosale afwijking, waarbij het kind meestal groeirestrictie en multiple aangeboren afwijkingen heeft. Er is altijd een ernstige verstandelijke beperking. De meeste kinderen overlijden tijdens de zwangerschap (intra-uterien). Indien een kind levend geboren wordt overlijdt 50% in de eerste levensmaand. Ongeveer 5% tot 10% overleeft het eerste levensjaar. Er waren geen behandelingsmogelijkheden om de prognose te kunnen verbeteren.

Lijden bij de vrouw
Het psychisch lijden bij de vrouw bestond uit de wetenschap dat het kind geen overlevingskansen had. De vrouw en haar partner zijn op de hoogte gesteld van de diagnose en de prognose. Ook is het uitdragen van de zwangerschap met de vrouw besproken. De vrouw kon het psychisch niet aan om de zwangerschap uit te dragen. Gezien de infauste prognose verzochten de vrouw en haar partner bij een zwangerschapsduur van 23 weken mondeling om afbreking van de zwangerschap na 24 weken zodat het kind opgenomen kon worden in de basisregistratie.

Bespreking binnen eigen behandelteam
De beslissing tot zwangerschapsafbreking is genomen na multidisciplinair teamoverleg. Er bestond algehele consensus over de diagnose en prognose en het honoreren van het verzoek van de moeder tot beëindiging van de zwangerschap.

Uitvoering
Bij een zwangerschapsduur van 26 weken, werd de bevalling ingeleid door het toedienen van mifepriston en misoprostol. Dezelfde dag kwam het kind levend ter wereld. Na de geboorte verbleef het kind bij de moeder waar het na 50 minuten overleed.

Overwegingen van de Commissie

Categorie 1
Er was sprake van trisomie 18. De Commissie komt daarom tot de conclusie dat er sprake is van een late zwangerschapsafbreking categorie 1.

Verzoek van de vrouw
De Commissie maakt uit de verslaglegging op dat de vrouw en haar partner mondeling hebben verzocht om beëindiging van de zwangerschap. De Commissie is van oordeel dat de vrouw en haar partner zorgvuldig en weloverwogen tot hun verzoek zijn gekomen. Ten aanzien van het verzoek om na 24 te weken te bevallen overweegt de Commissie dat het met de wijziging van de Wet basisregistratie personen per 3 februari 2019 mogelijk is om gegevens van kinderen die op het moment van geboorte niet meer in leven zijn op te nemen in de basisregistratie.

Volledige informatieverstrekking m.b.t. diagnose/prognose en geen redelijke andere oplossing
De Commissie constateert dat de vrouw en haar partner volledig op de hoogte zijn gebracht.  De arts is met de vrouw en haar partner tot de conclusie gekomen dat er geen andere redelijke oplossing was.

Raadpleging eigen behandelteam
De Commissie concludeert dat het verzoek tot afbreking van de zwangerschap in het multidisciplinair overleg is besproken en beoordeeld. Dit is schriftelijk vastgelegd. Er bestond algehele consensus over de diagnose en prognose en het honoreren van het verzoek van de moeder tot beëindiging van de zwangerschap.

Medisch zorgvuldige uitvoering
De afbreking van de zwangerschap bestond uit het inleiden van de bevalling bij de vrouw bij een zwangerschapsduur van 26 weken door middel van toediening van mifepriston en misoprostol. De Commissie is van mening dat de late zwangerschapsafbreking lege artis en medisch zorgvuldig is uitgevoerd.

Oordeel

De Commissie is van oordeel dat de arts heeft gehandeld overeenkomstig de geldende zorgvuldigheidseisen.