Begripsomschrijvingen

Late zwangerschapsafbreking

Een behandeling gericht op het afbreken van een zwangerschap na 24 weken wegens geconstateerde ernstige foetale aandoeningen met als beoogd gevolg het overlijden van de ongeborene.  

Iedere afbreking die gestart is vanaf 24 weken en 0 dagen. Indien de afbreking gestart wordt vóór 24 weken en 0 dagen, maar de bevalling vindt plaats ná 24 weken en 0 dagen, dan is dat geen late zwangerschapsafbreking in de zin van de Regeling, zoals ook is verwoord in het standpunt van het Openbaar Ministerie.

Late zwangerschapsafbreking categorie 1

Een zwangerschapsafbreking waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ongeborene niet in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven.

Voorbeelden (niet limitatief): niet met leven verenigbare longhypoplasie, nieragenesie, sommige ernstige en inoperabele hartafwijkingen, niet met leven verenigbare skeletdysplasieën, ectopia cordis, trisomie 13, trisomie 18, triploïdie, anencefalie, osteogenesis imperfecta type 2.

Late zwangerschapsafbreking categorie 2

Een zwangerschapsafbreking omdat bij de ongeborene sprake is van één of meer aandoeningen die tot ernstige en niet te herstellen functiestoornissen leidt of leiden of omdat voor de ongeborene naar redelijke verwachting een beperkte kans op overleven bestaat.

Voorbeelden hiervan zijn (niet limitatief): complexe spina bifida, progressieve hydrocephalus, ernstige vorm van holoprosencefalie.

Levensbeëindiging pasgeborene

Een behandeling gericht op de beëindiging van het leven van een pasgeborene omdat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Pasgeborene

Een kind dat de leeftijd van één jaar nog niet heeft bereikt.

Arts

De arts die de verrichting heeft gedaan die heeft geleid tot late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene. Vaak zal dit de hoofdbehandelaar zijn. In het geval dat de verrichting door omstandigheden door een collega-arts, een arts-assistent of een andere betrokken zorgverlener wordt uitgevoerd in opdracht van en met medeweten van de hoofdbehandelaar, dan is de hoofdbehandelaar degene die wordt getoetst aan de zorgvuldigheidseisen. Dit is anders indien de behandeling/uitvoering wordt overgedragen aan een andere arts. Dan zal de arts aan wie de behandeling/uitvoering is overgedragen als hoofdbehandelaar worden aangemerkt en worden getoetst aan de zorgvuldigheidseisen.

Behandelteam

Het team van de eigen afdeling van de arts alsmede de bij de diagnostiek en het beleid in de desbetreffende casus betrokken deelspecialisten.

Onafhankelijke arts

Een arts die niet is verbonden aan het ziekenhuis of medisch centrum waar de late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging heeft plaatsgevonden, die expertise heeft in het desbetreffende specialisme en die geen behandelrelatie heeft met de patiënt. De onafhankelijke arts mag alle zorgvuldigheidseisen, zoals neergelegd in artikel 6 en 7 van de Regeling, in zijn beoordeling betrekken.

Behandelrelatie

Inhoudelijke betrokkenheid bij de diagnostiek en het beleid in de desbetreffende casus.

Melding

Een melding door de arts van een late zwangerschapsafbreking categorie 1 of categorie 2 of van een levensbeëindiging van een pasgeborene door middel van de daartoe vastgestelde modelverslagen aan de beoordelingscommissie.

Oordeel

De uitkomst van de beoordeling door de beoordelingscommissie van de zorgvuldigheid van het handelen van de arts bij late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene.